een fragment uit 'De terugkeer van het licht':
Na een poosje begon hij er zelf over. Wat voor vitaal
schilderijtje ze daar nou had. Hijzelf was namelijk
verknocht aan kunst, in het bijzonder de schilderkunst,
zijn bescheiden verzameling zou hij bij gelegenheid graag
tonen. En hij had zich gebukt, had met zorg zijn leesbril
opgezet en het doek langdurig en stilzwijgend aan een
onderzoek onderworpen. Langzaam was hij overeind gekomen,
had als met tegenzin zijn bril afgenomen en van een
gebrekkige penseelvoering gesproken en de kwaliteit van het
vernis bekritiseerd. Daarnaast beviel hem bij nader inzien
de compositie niet zo, die was nogal onbeholpen, de
schikking van de figuren. Ook had hij aanmerkingen op de
kleuren, op het korenblauw van de geschilderde lucht, maar
die was in het geheel niet blauw, en zeker niet korenblauw,
eerder was ze leikleurig. Ongegeneerd had hij het
schilderij dat voor haar als aandenken aan haar vader van
zo’n bijzondere betekenis was, als een werk van de tweede
garnituur bestempeld.
terug naar
publicaties